Bg 4.3

sa evāyaṁ mayā te ’dya, yogaḥ proktaḥ purātanaḥ
bhakto ’si me sakhā ceti, rahasyaṁ hy etad uttamam
Woord-voor-woord-vertalingen: 
saḥ — dezelfde; eva — zeker; ayam — deze; mayā — door Mij; te — aan jou; adya — vandaag; yogaḥ — de wetenschap van yoga; proktaḥ — gesproken; purātanaḥ — heel oud; bhaktaḥ — toegewijde; asi — je bent; me — Mijn; sakhā — vriend; ca — ook; iti — daarom; rahasyam — mysterie; hi — zeker; etat — deze; uttamam — transcendentaal.
Vertaling: 
Deze zeer oude wetenschap van de relatie met de Allerhoogste draag Ik vandaag over aan jou, omdat je zowel Mijn toegewijde als Mijn vriend bent en daardoor het transcendentale mysterie van deze wetenschap kunt begrijpen.
Commentaar: 

Er bestaan twee categorieën van mensen, namelijk de toegewijden en de demonen. De Heer koos Arjuna als de ontvanger van deze grote wetenschap, omdat hij een toegewijde van de Heer is. Maar voor de demon is het onmogelijk om deze grote, mysterieuze wetenschap te begrijpen. Er zijn een aantal edities van dit grote boek van kennis; sommige hebben commentaren van toegewijden en andere commentaren geschreven door demonen. De commentaren van de toegewijden zijn waar, maar die van de demonen waardeloos. Arjuna aanvaardt Śrī Kṛṣṇa als de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods en ieder commentaar op de Gītā dat in Arjuna’s voetsporen volgt, is werkelijk devotionele dienst aan het doel van deze grote wetenschap. Zij die demonisch zijn, aanvaarden Heer Kṛṣṇa echter niet zoals Hij is. In plaats daarvan verzinnen ze iets over Kṛṣṇa en brengen daardoor de gemiddelde lezer op een verkeerd spoor, weg van de instructies van Kṛṣṇa. Hier wordt gewaarschuwd voor zulke misleidende paden. Men moet de opeenvolging van discipelen vanaf Arjuna proberen te volgen om op die manier zijn voordeel te doen met deze grote wetenschap van Śrīmad Bhagavad-gītā.