Bg 10.7

etāṁ vibhūtiṁ yogaṁ ca, mama yo vetti tattvataḥ
so ’vikalpena yogena, yujyate nātra saṁśayaḥ
Woord-voor-woord-vertalingen: 
etām — al deze; vibhūtim — volheid; yogam — mystieke kracht; ca — ook; mama — van Mij; yaḥ — iedereen die; vetti — kent; tattvataḥ — feitelijk; saḥ — hij; avikalpena — zonder af te dwalen; yogena — in devotionele dienst; yujyate — is bezig; na — nooit; atra — hier; saṁśayaḥ — twijfel.
Vertaling: 
Wie werkelijk overtuigd is van Mijn volheid en mystieke kracht, zal onvermengde devotionele dienst verrichten; daarover bestaat geen twijfel.
Commentaar: 

Het summum van spirituele perfectie is kennis over de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods. Tenzij iemand vast overtuigd is van de verschillende volheden van de Allerhoogste Heer, kan hij geen devotionele dienst verrichten. Over het algemeen weten mensen dat God groot is, maar ze hebben geen gedetailleerde kennis van Zijn grootheid. Hier zijn de details. Wanneer iemand de volheden van de Allerhoogste feitelijk kent, blijft er geen ander alternatief meer over dan zich aan Hem over te geven. Deze feitelijke kennis kan men vinden in de beschrijvingen in het Śrīmad-Bhāgavatam, de Bhagavad-gītā en soortgelijke teksten.

Voor het bestuur van dit universum zijn er over de planetenstelsels talloze halfgoden verspreid; de belangrijkste onder hen zijn Brahmā, Heer Śiva, de vier grote Kumāra’s en de andere aartsvaders. De bevolking van het universum heeft vele voorouders, maar ze komen allemaal voort uit de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, Kṛṣṇa. De Heer is de oorspronkelijke voorvader van alle voorvaders.

Dit zijn enkele van de volheden van de Allerhoogste Heer. Wie hier volledig van doordrongen is, aanvaardt Kṛṣṇa vol vertrouwen en zonder enige twijfel en begint devotionele dienst te verrichten. Al deze gedetailleerde kennis is nodig om de interesse in de liefdevolle devotionele dienst aan de Heer te vergroten. Het volledig beseffen van de grootheid van Kṛṣṇa is daarom iets dat men niet moet veronachtzamen, want door de grootheid van Kṛṣṇa te beseffen, zal men in staat zijn om oprecht en standvastig te zijn in devotionele dienst aan Hem.